Buikpijn of buikkramp?

Soms vraag ik me af of het buikpijn is, of toch buikkramp. Het voelt hetzelfde, maar het betekent iets anders. Buikpijn associeer ik met zorg, met twijfel, met iets dat nog niet helder is of nog geen vaste vorm heeft. Buikkramp voelt meer als spanning, als vasthouden, als de neiging om in te houden terwijl het lijf eigenlijk iets anders aangeeft. En juist dat onderscheid houdt me de laatste tijd vaker bezig.

Ik merk het vooral wanneer ik grote beslissingen neem in bijvoorbeeld mijn werk. Beslissingen die te maken hebben met mijn praktijk, met ondernemen, met richting kiezen. Dan meldt mijn buik zich. Niet schreeuwend, maar aanwezig. Alsof hij zegt: let even op, voel eens.

Terwijl ik deze eerste column schrijf voor de website van Bokstherapie Nederland, denk ik aan de verbouwing die op dit moment plaatsvindt in mijn praktijk in Amsterdam. Een verbouwing die al langer in mij leefde, voordat hij zichtbaar werd in hout, stof en nieuwe wanden. Ik stoorde me al een tijd aan de ruimte zoals die was. We werken met twee boksringen, in twee verschillende ruimtes, maar in de grootste ruimte zit ook de doorgang naar het toilet. Dat betekent dat cliënten, heel begrijpelijk, voor, tijdens of na een individuele sessie soms nog even een plasje willen doen. Alleen moeten ze dan door de ruimte waar op dat moment iemand staat te boksen, te voelen, te zoeken.

Het wringt. Niet groots, niet dramatisch, maar subtiel. En juist dat subtiele voelt mijn buik haarfijn aan. In dit geval als iets waar een keuze in gemaakt mocht worden: zo doorwerken of aanpassen?

In Bokstherapie werken we met wat zichtbaar wordt onder spanning. Niet alleen bij cliënten, maar ook bij onszelf als begeleider in persoonlijke processen. De buik is daarin vaak een belangrijke plek. Daar waar spanning zich verzamelt. Waar twijfel, verantwoordelijkheid en verlangen samenkomen. Ik zie het dagelijks in de boksring. Mensen die zeggen dat het wel gaat, maar wiens buik zich aanspant. Mensen die lachen, terwijl hun adem hoog blijft en hun midden zich terugtrekt. Een verkramping die zichtbaar en voelbaar wordt. Bij mezelf is dat niet anders.

De beslissing om te verbouwen kwam niet vanuit een spreadsheet of een strak plan. Ze kwam vanuit waarneming. Vanuit steeds opnieuw voelen dat iets niet meer klopte. Dat de bedding van de praktijk niet meer helemaal aansloot bij hoe ik wil werken. Dat de rust en veiligheid die ik in de boksring vraag, ook in de ruimte voelbaar moeten zijn.

En ja, dan komt de buikpijn. Of de buikkramp. Want verbouwen kost geld. Tijd. Energie. Het betekent keuzes maken, risico nemen, vertrouwen hebben dat wat je voelt ook klopt. En laat ik het hoofd niet vergeten. Dat heeft alvast allerlei doemscenario’s uitgewerkt, met grote snelheid.

Als bokstherapeut observeer ik dat proces bij mezelf met dezelfde aandacht als bij mijn cliënten. Nieuwsgierig. Wat gebeurt er in mijn lijf als ik deze beslissing neem? Waar span ik aan? Waar hou ik vast? En wat gebeurt er als ik even vertraag en niets doe?

Het mooie is dat de buik daarin eerlijk is. Hij laat zich niet overtuigen door mooie verhalen. Hij reageert op wat echt is. Soms merk ik dat de kramp zachter wordt als ik een beslissing uitstel. Soms juist als ik haar neem. Dan zakt er iets. De adem komt lager. De voeten voelen steviger op de grond. Niet omdat alles zeker is, maar omdat het gevoelsmatig klopt.

In de boksring leer ik cliënten om dat verschil te voelen. Om signalen van het lijf te leren onderscheiden. Tussen spanning die waarschuwt en spanning die beschermt. Tussen buikpijn en buikkramp. Het ene vraagt om luisteren, het andere om loslaten. En soms weet je pas wat het is als je erbij kunt blijven.

De verbouwing is nu bezig. De ruimte verandert. De routing wordt anders. De boksringen krijgen meer rust om zich heen. En mijn buik? Die is er nog steeds. Maar anders. Minder verkrampt. Meer aanwezig. Alsof hij zegt: dit is spannend, ja. Maar dit is ook nodig.

Misschien is dat wel de kern van ondernemen, begeleiden en leven. Niet geen spanning voelen, maar leren onderscheiden wat die spanning je wil vertellen. En durven vertrouwen op wat je lijf al weet, nog voordat je hoofd het heeft uitgelegd.Tot slot Bokstherapie is geen vervanging van praten, maar een aanvulling. Het lichaam vertelt een verhaal en samen zoeken we naar de betekenis ervan.

Vorige
Vorige

Wanneer de begeleider zelf geraakt wordt

Volgende
Volgende

Helemaal losgaan