Wanneer de begeleider zelf geraakt wordt
De boksring is stil op een manier die je alleen kent wanneer mensen echt aanwezig zijn, wanneer er niet gevochten wordt maar gekeken, gevoeld en gewacht. Een student staat tegenover zijn medestudent, stevig op zijn voeten, adem in het buikgebied, blik open. Zijn handen rusten in de bokshandschoenen zonder overbodige spanning, zijn woorden komen rustig en precies. Hij ziet wat er gebeurt, benoemt het zonder oordeel en laat ruimte vallen wanneer dat nodig is. Er zit iets natuurlijks in zijn begeleiding, iets wat je herkent als groei.
Later die dag wisselen we van positie en staat dezelfde student zelf in het midden van de ring. De verandering is klein maar onmiskenbaar. Zijn schouders zijn iets hoger opgetrokken, zijn adem korter en hoger in de borst, zijn blik zoekt licht twijfelend houvast. Hij relativeert wat zichtbaar wordt en praat er met iets te veel gemak omheen. “Het valt wel mee,” zegt hij, terwijl zijn lijf iets anders laat zien. “Zo ben ik gewoon.”
Wie denkt dat alleen cliënten weerstand laten zien in de therapeutische boksring, vergist zich. Professionals in opleiding tot bokstherapeut doen precies hetzelfde, soms verfijnder, beter verpakt in inzicht en woorden. Wanneer het over de ander gaat, zie je vaak ontspanning, overzicht en bevlogenheid. Wanneer het over henzelf gaat, ontstaat er spanning. Het tempo verandert, de adem wordt oppervlakkiger, de ruimte in het lijf wordt kleiner, de spanning loopt zichtbaar op. In de begeleiderspositie zijn ze groot, overtuigd en stevig, in hun eigen proces worden ze voorzichtiger en stiller.
Dat is geen zwakte. Het is bescherming.
We kunnen constateren dat veel hulpverleners vroeg hebben geleerd om sterk te zijn, verantwoordelijkheid te nemen en overzicht te houden wanneer het spannend wordt. Zorgen voor de ander is overzichtelijk, daar ligt competentie en identiteit. De helpersrol geeft richting en zekerheid. In die rol weten we wie we zijn en wat er van ons verwacht wordt. Maar wanneer de aandacht verschuift naar binnen en de vraag wordt wat er in jou gebeurt, verandert het speelveld. Dan gaat het niet meer over interventies of techniek, maar over kwetsbaarheid, echtheid en patronen die onder druk zichtbaar worden.
In onze jaaropleiding binnen de Bokstherapie Academie zien we dit voortdurend terug. Studenten die ontspannen en bezield zijn wanneer ze een ander begeleiden, die helder kunnen spiegelen en doseren, die aanwezig zijn zonder zichzelf te verliezen. En dezelfde studenten die moeite hebben om stil te blijven wanneer hun eigen patroon wordt aangeraakt, die analyseren waar voelen gevraagd wordt, die hun spanning verkleinen of rationaliseren. Het is bijna een natuurlijke beweging van spanning in het eigen proces naar ontspanning in het proces van de ander.
Ik herken het ook bij mezelf. Thuis vergeet ik soms wat mij gevraagd wordt, terwijl mijn geheugen in de praktijk scherp en betrouwbaar is. In de opleiding heb ik als docent overzicht en focus, thuis zakt dat systeem en nemen andere delen het over. Het zegt niets over betrokkenheid, het zegt iets over context. We functioneren niet overal hetzelfde. De omgeving activeert bepaalde delen van ons, het zenuwstelsel schakelt afhankelijk van wat het herkent als taak, als verantwoordelijkheid of als relatie.
In de boksring zie je dat mechanisme zonder omweg. Wanneer iemand begeleidt, staat het professionele systeem aan. Wanneer hij zelf geraakt wordt, komt er iets anders mee naar voren. De ademhaling verandert, de voeten zoeken grond, de blik wordt onrustig of juist strak. Het lijf weet vaak eerder dan het hoofd wat er gebeurt. En precies daar begint het vak, wat ons betreft.
De kunst in de opleiding is niet om die spanning weg te nemen of streng te corrigeren. De kunst is om hem zichtbaar te maken, liefdevol uit te nodigen en veilig te houden. Om te vertragen wanneer iemand wil versnellen, om te benoemen wat er gebeurt zonder het groter of kleiner te maken. “Kijk eens wat er verandert nu het over jou gaat.” Dat moment vraagt moed, omdat het niet gaat over goed of fout, maar over eerlijk durven kijken en voelen.
Professioneel worden als bokstherapeut betekent niet dat je vrij wordt van patronen, overtuigingen of weerstand. Het betekent dat je leert herkennen wanneer je begeleidersrol steun geeft en wanneer hij bescherming wordt. Dat je voelt wanneer je analyse een manier is om afstand te houden en wanneer je bevlogenheid een stap naar voren is in plaats van een stap weg van jezelf.
De begeleider staat bij ons uiteindelijk altijd zelf ook in de boksring. Niet erbuiten, niet boven het proces, maar er middenin. Misschien is dat wel het meest eerlijke deel van ons vak. Dat je blijft kijken naar wat er in jou gebeurt terwijl je de ander begeleidt, en dat je daar niet voor wegloopt.
Daar groeit het vak.
Daar groeit de Bokstherapeut.

