Gevoel hoort wat onze woorden verbergen en ons lichaam laat zien
Soms zegt een lichaam eerder wat er speelt dan woorden dat kunnen. In haar werk als bokstherapeut en boksagoog in onze praktijk in Amsterdam ziet Mariska hoe spanning, bescherming en ingehouden beweging zichtbaar worden in het hier en nu. In deze column schrijft zij over de muren die we ooit nodig hadden, en over hoe voorzichtig contact met ons lichaam ruimte kan maken voor iets nieuws.
Gevoel hoort wat onze woorden verbergen en ons lichaam laat zien.
Zelfs als iemand iets niet zegt, verraadt houding, blik, spanning of gedrag vaak de echte emotie en als bokstherapeut lees ik dat direct. In mijn werk zie ik, hoor ik en voel ik juist DAT wat er niet gezegd wordt. De spanning, het ongemak, het willen begrijpen en het nog niet weten.
Daar waar nog een stevige muur omheen is gebouwd, die tot voor kort en soms nog steeds functioneel is om alle uitdagingen van het leven aan te kunnen. Tenminste dat is wat het lijkt. Dat wordt zichtbaar in de ring, met handschoenen aan, in de kleine bewegingen die gemaakt worden of uitblijven. In de voorzichtigheid of in de explosiviteit van de beweging.
Maar laten we eerlijk zijn, het heeft de functie om je te beschermen en het heeft je gebracht tot waar je nu bent. De muur is zorgvuldig gebouwd van kinds af aan. Een muur die ooit nodig was. De muur die je heeft beschermd op momenten dat je het zelf nog niet kon. Als kader diende. Toen iets te groot was. Te verwarrend. Te pijnlijk. Misschien leerde je dat het veiliger was om je aan te passen, wat zichtbaar wordt in de ingehouden stoot, nog voor deze raakt. Hoe het lichaam zich vastzet om sterk te zijn. De ademhaling die stagneert om toch door te gaan. Patronen die zichtbaar worden wanneer het lichaam mag spreken.
Steen voor steen bouwde je aan de muur, tot de muur daar was die je overeind hield. Maar een muur bouw je niet alleen in je hoofd. Je bouwt hem ook in je lijf. In de spanning die je al jaren meedraagt zonder het te weten. In de adem die je inhoudt. In de schouders die niet meer loslaten. Waarin de krampachtigheid op de voorgrond treedt om dat binnen te houden wat zijn weg naar buiten zoekt, onaangekondigd. Het lichaam onthoudt alles.
Dat wat pijnlijk en rauw is. Wat ooit geen plek kon krijgen, wordt beschermd. Koste wat het kost. Het gevoel is te scherp om te doorvoelen, het licht te fel om onder ogen te komen. Automatisch, voor je het weet, zit je daar in je overleving. Ook in het hier en nu, waar het misschien wel veilig is.
Niet omdat je het wilt, maar omdat je systeem denkt dat het nog steeds nodig is.
Tot er een moment komt dat de muur tegen je werkt. In je relatie. In je werk. In de verbinding met mensen om je heen. Tot het besef komt dat wat je ooit beschermde, nu ook dingen kapotmaakt. Dingen die je lief zijn.
En wat als dat besef niet met oordeel hoeft te komen? Wat als je jezelf mag aankijken met nieuwsgierigheid, in plaats van met harde ogen?
Mag daar ruimte ontstaan door simpelweg op te merken wat er is?
Wat als je het niet hoeft op te lossen? Het even niet hoeven weten?
Zodat er ruimte mag ontstaan en je mag bouwen aan een herzien fundament voor je draagkracht. Aanwezig blijven bij wat je voelt of misschien nog niet voelt, maar wel vaag opmerkt. Een subtiele spanning. Een aarzeling. Een ademhaling die iets vasthoudt. Waar bewustzijn meer ruimte mag leren innemen dan de bekende overleving.
Daar begint het nieuwe fundament. Niet groot. Niet perfect. Maar van jou.
Want daar begint het. Niet bij het afbreken van de muur. Niet bij het forceren van kwetsbaarheid. Maar bij het voorzichtig mogen verkennen, vanuit vertrouwen met zachtheid, met geduld.
Ik nodig je uit om voorzichtig te kijken wat er achter de muur leeft. Bokstherapie waar jij, met alles wat je draagt, welkom bent.

